Het is hoog tijd voor veel akkerbouwers om wat vaker en beter in de spiegel te kijken. Dat stelt TTW-directeur Jacob Struik. Hij bepleit meer focus op de zeer snel veranderende vraag vanuit markt en maatschappij.

Jacob Struik (45) deelde zijn visie begin november in Aldeboarn voor een groep van vijftig mbo-akkerbouwscholieren (zie kader). ‘Jullie moeten het doen in de toekomst’, hield Struik de jonge agrariërs voor om meteen de knuppel in het hoenderhok te gooien. ‘Het ideaalbeeld van de jonge boer lijkt nog altijd om 24 uur per dag in een overall op een dikke trekker te zitten. De vraag die je echter moet stellen: zit de maatschappij daar nog op te wachten? Het antwoord is simpel: nee.’
In 2030, slechts tien jaar vanaf nu, ziet de wereld er volgens Struik drastisch anders uit. ‘Het is het onderbuikgevoel van de verstedelijkte consument dat de marktvraag bepaalt. Akkerbouwers die dat onderkennen en er op inspelen, blijven boer. Wie dat niet doet, krijgt
het al snel veel moeilijker en haakt uiteindelijk af.’
Struik stelt dat dit onder andere betekent dat er hard gewerkt wordt aan een verbod op diesel- en benzinegebruik. ‘Meer mensen wonen in een verstedelijkt gebied en minder mensen rijden een auto. Die patronen zijn in de Randstad al zichtbaar. Daar moet je je ogen niet voor sluiten.’
Hij versterkt zijn stellingname met een illustratie die de grote bouwer BAM al in 2013 presenteerde. Hierop wordt een door hen ingeschatte invulling van Nederland in 2030 geschetst. ‘Wie goed kijkt, ziet dat er voor landbouw geen ruimte is ingetekend. Die ruimte
moet je bevechten.’

Voedselpatroon verandert

De TTW-directeur zegt deze ontwikkeling natuurlijk niet te schetsen omdat het zijn wensplaatje is, maar omdat het volgens hem de realiteit is. ‘De wereld om ons heen verandert veel sneller dan menigeen denkt. En zeker dan menig akkerbouwer denkt. De
meesten schieten meteen in de verdediging bij het zien en horen van zo’n toekomstschets en stellen dat snelle veranderingen niet kunnen. Maar dan onderschat je de kracht van de onderbuikemotie van de consument. Die emotie maakt dat de consument richting een andere wijze van voedsel consumeren beweegt.
Om een voorbeeld te noemen: plattelandsbewoners eten vaak nog op gezette tijden thuis; in de stad neemt dat in rap tempo af. Dat maakt dat andere type producten worden
gevraagd die anders worden verpakt en aangeboden. Ook het voedselpatroon verandert. Veel vaker staan producten als insecten, meelwormen en zeewier op het menu. De komende tien jaar komt er echt serieus schot in deze veranderingen. Als akkerbouwer, zeker als jonge akkerbouwer, moet je jezelf de vraag stellen: ben ik bereid om
klaar te zijn voor die toekomst? Als het antwoord nee is, ben je over tien jaar geen boer meer.’
Struik beseft dat hij grote veranderingen schetst die een zekere angst in kunnen boezemen. Het is één van de redenen dat agrariërs vaak niet tot nauwelijks bewegen. ‘Waar het mij om gaat is dat de akkerbouwer van de toekomst niet naar de buurman, maar naar de markt kijkt. En dan bedoel ik niet de termijnmarkten, maar naar de stedelijke
consument die de producten koopt. Sta open voor wat er verandert en let op wat die veranderingen met zich meebrengen.’

‘HET ONDERBUIKGEVOEL
VAN DE CONSUMENT
BEPAALT DE
VERANDERENDE
MARKTVRAAG’

Struik zegt vanzelfsprekend te
begrijpen dat akkerbouwers niet van
vandaag op morgen volledig kunnen
veranderen. Dat hoeft volgens hem ook
niet. ‘Je moet echter voorkomen dat
je de komende jaren wordt verbaasd
door de snel veranderende vraag.
Dat doe je door je ogen en oren goed
open te houden. Begin bijvoorbeeld eens met echt na te denken over middelengebruik. Dat staat sterk onder druk. Je kunt volledig op dezelfde weg doorgaan of je stelt bijvoorbeeld
een plan op om jaarlijks minimaal een paar procent minder middelen te gebruiken. En je probeert jaarlijks een of enkele alternatieven uit. Zo werk je bewust aan de eisen die in de toekomst toch wel strenger worden.’
Daarnaast tipt Struik dat menig akkerbouwer er goed aan doet de fiscale bedrijfsvorm onder de loep te nemen. ‘Veruit de meeste akkerbouwbedrijven vormen een maatschap en de meesten draaien enkele miljoenen jaaromzet. In het MKB is een bedrijf bij dergelijke omzetten al lang geswitcht naar een BV-structuur. Het maakt je weerbaarder en flexibeler.
Ook om met delen van je bedrijf meer risico’s te nemen de veranderende marktvragen te bedienen.’

‘Over tien jaar nog weinig veranderd’
Jacob Struik deelde zijn visie als gastspreker voor circa vijftig mboscholieren. Deze kwamen samen vanuit het Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV). Dit is een samenwerkingsverband vanuit bedrijven en scholen om mbo-scholieren door te laten groeien naar innovatieve vaklui. Een deel van de scholieren hoorde de visie van Struik in stilte aan en knikte zo nu en dan heel voorzichtig; de boodschap van benodigde veranderingen leek bij hen te landen. Een ander deel roerde zich als oppositie. Die laatste
groep gelooft niet veel van de vooruitzichten die Struik schetst. ‘Over tien jaar geen benzine of diesel meer? Dat is absolute onzin’, zo lieten ze zich onder andere horen. ‘Dit verhaal is veel te theoretisch. Veel gaat er niet veranderen de komende tien jaar. Als hij over tien jaar terugkomt dan zal hij dat wel toegeven’, schamperde een andere scholier.
Struik zelf lachte hen breed toe. Hij gelooft juist in het omgekeerde. ‘Ik hoop en verwacht een aantal van deze jongelui zeker over tien jaar weer te ontmoeten. En dan actief op hun eigen akkerbouwbedrijf. Ik ben zeer benieuwd hoe ze dan terugkijken op hetgeen we nu bespreken.’

De boer van de toekomst is een boer in pak, prikkelt Struik nog even verder. ‘Niet omdat dat beter is en omdat vakmanschap niet meer wordt gevraagd, maar omdat het de boer van de toekomst ontbreekt aan tijd om zelf alles uit te voeren en kilometers over de akkers te lopen. Vooruitstrevende technologie toepassen en goede mensen om je heen verzamelen, daar draait het om. Verdiep je bijvoorbeeld in de kansen die blockchain de
akkerbouwsector kan bieden. En zorg dat jijzelf of een deel van je medewerkers goed data kunnen verwerken. Aan die vaardigheden is op akkerbouwbedrijven in de komende
jaren echt een toenemende behoefte.’
Terug naar het onderbuikgevoelvan de consument. Struik stelt datakkerbouwers of externe partijen in de voedselketel, die daar het beste op inspelen, de komende jaren koopman zijn. ‘Ik geef meteen toe: dat is enorm lastig. Ook Planet Proof ontstond uit emotie van de consument en daarvoor wordt inderdaad amper tot niet een meerprijs uit de markt gehaald. Maar daar kun je over mopperen of op anticiperen. Dat laatste betekent
gewoonweg niets anders dan de veranderende vraag te blijven volgen en die trachten te bedienen. Vandaar mijn vraag: ben je als akkerbouwer bereid klaar te zijn voor zo’n toekomst?’