Jan Klink  was melkveehouder in Groningen, zat van juni 2021 tot december 2023 namens de VVD in de Tweede Kamer en leidt sinds twee jaar het samenwerkingsverband AgroAgenda Noord-Nederland. Zijn ambitie: dat Noord-Nederland de voorbeeldlandbouwregio van Europa wordt. Een gebied waar hoge voedselproductie, gezond oud worden en mooie natuur hand en hand door het leven gaan.

Dat Noord-Nederland voedsel levert van vruchtbare bodems met superschoon water. Dat voedselproductie in Noord-Nederland wordt geassocieerd met gezondheid en gezond oud worden. En dat mensen in Noord-Nederland gelukkig onderdeel zijn van een groene leefomgeving, waar landbouw en natuur volslagen in harmonie zijn met elkaar. Een fysiek en maatschappelijk landschap ook waar boeren weer hogelijk worden gewaardeerd door de hele samenleving. Het klinkt als een prachtig, maar behoorlijk idealistisch vergezicht. Toch is dit samengevat exact wat er in de nieuwe toekomstvisie 2025-2035 van AgroAgenda Noord-Nederland staat.

Is dit niet een heel idealistisch plaatje Jan Klink, programmaleider van AgroAgenda Noord-Nederland?

‘We hadden ook kunnen opschrijven: het gaat goed, we doen het fantastisch en hoeven niks te veranderen. De realiteit is dat de agrosector in Noord-Nederland veel dingen goed doet, maar ook dat het op veel terreinen nog beter kan. We zijn ervan overtuigd dat we op grondgebonden landbouw in Noord-Nederland echt verschil kunnen maken. Dat is hier meer in balans dan in de rest van Nederland. Er liggen volop kansen voor akkerbouw en melkveehouderij in Noord-Nederland om in 2035 landelijk koploper te zijn van een trotse, duurzame agrosector. Onze ambitie is om dé circulaire landbouw- en voedselregio van Europa te worden met een voorbeeldfunctie op gebied van biodiversiteit, bodem- en waterbeheer en gezond voedsel produceren.’

‘Met een Noordelijk landbouwakkoord kunnen we écht stappen maken’

Hebben jullie daarom een nieuwe toekomstvisie gemaakt?

‘De vorige dateerde van 2018, sindsdien is de wereld enorm veranderd. In de oude visie staat bijvoorbeeld nagenoeg niks opgeschreven over waterkwaliteit of waterbeschikbaarheid. Terwijl dat, samen met een gezonde bodem, de basis is om onze ambities waar te maken. Ook signaleren we een aantal nieuwe trends die we hebben meegenomen in de visie. Een belangrijke is dat er steeds meer aandacht komt voor de koppeling tussen voedselproductie en gezondheid en gezond oud worden. Dat gaat echt een item worden. Een tweede belangrijke is dat, met de oorlog in Oekraïne, de afhankelijkheid van grondstof weer op de agenda staat. En we zien dat er grote ontwikkelingen zijn op het gebied van AI en technologie. Dat geeft enorme kansen om met veel minder input van buiten, zoals gewasbeschermingsmiddelen of import van soja, toch hoge producties te realiseren. En dat is nodig. Want wat in 2018 al speelde, maar de komende tijd alleen maar meer leidend wordt, is de verbinding met de leefomgeving.’

Wat is Agro Agenda Noord-Nederland?

Agroagenda Noord-Nederland bestaat sinds 2013 als samenwerkings-, kennis- en innovatieplatform. Voor veel boeren is het platform nog onbekend. Agro Agenda Noord-Nederland is een samenwerkingsverband van 45 partners. De primaire landbouwsector, agrobedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstellingen, natuur- en milieuorganisaties, de gedeputeerden van Fryslân, Groningen en Drenthe, maar ook ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) zijn vertegenwoordigd. Het doel is om de landbouw in Noord-Nederland goed de toekomst in te brengen. Dit gebeurt middels het stimuleren van innovaties en samenwerking tussen partijen, het opzetten van toekomstgerichte pilots of experimenteergebieden, coachingstrajecten voor boeren en het maken van een toekomstvisie voor de landbouw in Noord-Nederland. Meer informatie is te vinden op www.agroagendann.nl.

Het is een prachtig wensbeeld, maar AgroAgenda heeft de status noch de structuur om dat te realiseren. Wat is precies de rol van AgroAgenda Noord-Nederland?

‘AgroAgenda Noord-Nederland is een samenwerkingsverband tussen inmiddels 45 spelers uit vijf hoeken: de primaire sector, het agrobedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstellingen, natuur- en milieuorganisaties en overheden. Dat zijn het ministerie van LVVN en de drie Noordelijke provincies. Het doel is om samen antwoorden te vinden op de vele uitdagingen die afkomen op het boerenerf. Wij agenderen toekomstgerichte richtingen en ontwikkelingen, initiëren samenwerken tussen spelers in de Noord-Nederlandse agrosector, proberen kennis uit onderzoek en onderwijs te koppelen aan de praktijk en zetten ons in om initiatiefnemers van plannen in de agrosector naar de juiste partners te brengen of te koppelen aan beschikbare publieke gelden.’

Met respect, maar voor veel boeren is AgroAgenda toch vooral een praatclub waarvan ze niet zo goed weten wat ze er mee moeten of aan hebben.

‘Ik begrijp dat wel, we zijn lange tijd wat onzichtbaar geweest. Mede daarom houden we nu tweemaal per jaar een netwerkbijeenkomst met tal van interessante onderwerpen en sprekers, waar alle boeren, tuinders en andere partijen uit de agrarische sector in Noord-Nederland vrij toegankelijk welkom zijn om kennis te tanken. Deze bijeenkomsten worden met enkele honderden boeren per keer steeds beter bezocht. Ook hier agenderen we toekomstige richting en actuele onderwerpen. Alleen al het samen spreken hierover via ons platform helpt. Er ontstaat energie, élan, uitwisseling, kruisbestuivingen, ideeën om samen aan de slag te gaan. Boeren kunnen hier partijen ontmoeten die hun verder kunnen helpen.’

Wat doet AgroAgenda Noord-Nederland nog meer?

‘We zijn direct of indirect betrokken bij tal van lopende initiatieven, zoals Innovatie Veenkoloniën en Versnellingsagenda Melkveehouderij waarin verschillende vernieuwende projecten en pilots zijn of worden opgepakt. Hetzelfde geldt voor de dit jaar afgeronde Pilots samenwerking Akkerbouw en Veehouderij (PAVEX) in vijf experimenteergebieden Kringlooplandbouw, waarvan één in Drenthe en één in Friesland is uitgevoerd. En organisaties als het Agrofoodcluster, Fascinating, Greenport Noord of Sûne Grûn hebben direct of indirect ook een link met de AgroAgenda. Verder stonden we aan de wieg van BoerenPerspectief Drenthe, Groningen en Fryslân, waarvoor elke boer in Noord-Nederland zich kan aanmelden voor sociaaleconomische begeleiding. Hij of zij kan dan met hulp van deskundige mensen kosteloos een toekomstplan maken. En dan hebben we Agro Parel, een project waarmee we de agrokennisinfrastructuur een boost willen geven. Hierin werken we samen met Dairy Campus in Leeuwarden, Proefboerderij Valthermond, HLB in Wijster, Biosintrum in Oosterwolde en de Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw (SPNA), met vestigingen in Munnekezijl en Nieuw Beerta. De kans is reëel dat deze samenwerking in 2026 wordt aangewezen als een zogeheten nationaal Agro Experimenteergebied. Dat is een praktijkgericht netwerk van boeren en innovatiecentra waar in de echte landbouwomgeving wordt geëxperimenteerd met nieuwe technieken en methoden om duurzame toekomstbestendige landbouw te ontwikkelen, met kennisdeling als belangrijk doel. Dus er gebeurt wel wat, maar je moet ons vooral zien als een oliemannetje dat er voor zorgt dat er van alles gaat bewegen in de agrarische sector in Noord-Nederland.’

Jan Klink: ‘Je moet ons vooral zien als een oliemannetje. Wij zorgen dat zaken gaan bewegen.’

Het lijkt vaak dat er binnen de AgroAgenda vooral wordt gepraat over boeren. Ook met boeren?

‘We hebben sinds enkele jaren het zogeheten katalysatorteam van de AgroAgenda. Dit team bestaat uit dertien boeren uit de drie Noordelijke provincies. Deze groep heeft eind 2024 het boek ‘En de Boer…’ gepubliceerd. Dit gaat over het boerenleven in Noord-Nederland, ook blikken de boeren in het boek tien jaar vooruit. Verder fungeren ze als boerenklankbord voor de drie gedeputeerden. Ook agendeert het team onderwerpen bij de partners van de AgroAgenda.’

Noem eens een voorbeeld.

‘In maart 2025 bezochten we samen met deze groep boeren de kustregio van de Duitse deelstaat Nedersaksen met de vraag: Hoe kunnen we producten uit onze gezamenlijke Waddenregio sterker in de Nederlands-Duitse markt zetten?’ In een gesprek met de Nederlandse landbouwraad in Berlijn kwamen we erachter dat er in Duitsland, Denemarken en Nederland van de Europese Commissie onder één Waddenlabel mag worden gewerkt. Hierdoor mag je dus in Nederland iets produceren en in Duitsland afzetten als regionaal product. In Nedersaksen zagen we dat regionale producten daar heel zichtbaar zijn voor consumenten. Ze worden verkocht in bijvoorbeeld boerderijwinkels, bezorgdiensten en in supermarkten. In Nedersaksen heeft 7,4% van de boeren een eigen boerderijwinkel en de meeste supermarktketens hebben regionale producten in het assortiment die rechtsreeks van de boer worden gekocht. Daar liggen voor de Fries-Groningse Waddenstreek ook kansen.

Is die impuls nodig dan?

‘Nou, de Waddenzeekust in Friesland en Groningen kan wel wat nieuwe impulsen gebruiken. Het gekke is: de mensen leven daar op de Noordelijke zeeklei, misschien wel de beste en meest vruchtbare grond van de wereld. Maar er wonen tegelijkertijd heel veel mensen met bijzonder lage inkomens en een hoog medicijnengebruik. Dat komt omdat er weinig economische ontwikkeling is en er veel mensen wegtrekken.’

Hoe zie jij de ontwikkeling van de agrosector in Noord-Nederland voor je de komende jaren?

‘Noord-Nederland is, met nu nog bijna 9.000 boeren, ijzersterk in grondgebonden melkvee, pootgoed, suikerbieten en aardappelzetmeel. De keten is lokaal nadrukkelijk aanwezig, met internationaal sterke spelers als FrieslandCampina, HZPC, Agrifirm, Cosun en Avebe. De bodems hier behoren tot de meest vruchtbare ter wereld. Er is ruimte en regionale diversiteit in grondsoort en landschap en veel samenwerking tussen melkvee- en akkerbouwbedrijven. Daarnaast groeit de energieopwekking op boerenbedrijven als nieuw verdienmodel. Allemaal positief. Tegelijkertijd zijn er ook veel uitdagingen. Op gebied van bodem- en waterkwaliteit, de maatschappelijke druk op onderwerpen als middelengebruik, biodiversiteit en dierwelzijn, toenemende druk van verzilting. Er zijn relatief veel jonge, gemotiveerde boeren, maar kapitaalintensiteit en gronddruk remmen nu de ontwikkeling.’

Wat zou er moeten veranderen om de uitdagingen om te buigen in kansen?

‘De koppeling van gezondheid aan voedselproductie wordt hét item voor de komende jaren. Die twee moet je nadrukkelijker zien te verbinden aan de Noordelijke regio. Dat betekent met hoogwaardige technologische ontwikkelingen werken aan verdere reductie van chemie en kunstmest, meer biodiversiteit, meer gaan sturen en werken met circulaire reststromen, de regio weerbaarder maken voor klimaatopgaven door water- en energiebesparing. De nadruk zal meer komen te liggen op de nutritionele kwaliteit van voedsel: meer voedingswaarde, minder bewerkte producten en een betere balans tussen plantaardige en dierlijke eiwitten. Dit draagt direct bij aan preventieve gezondheid en vitaliteit van inwoners. Ook ontstaat meer draagvlak bij burgers voor landbouw als je meer gaat werken via korte ketens, gezonde voeding en maatschappelijke acceptatie. Zo versterken landbouw en voeding de brede welvaart. Uiteindelijk moet dit nieuwe verdienmodellen gaan bieden voor boeren en ketenpartijen in zowel melkvee als akkerbouw. Modellen die bijdragen aan een gezonder én duurzamer voedselsysteem. De markt waar je je op moet richten is de zone Vlaamse Ruit, de Randstad, het Ruhrgebied, Hamburg en Kopenhagen. Noord-Nederland ligt heel centraal tussen die vijf punten met een hoop consumenten.’

Wat is ervoor nodig om dat te bereiken?

‘Veel. Het begint bij een positieve grondhouding bij boeren, ketenpartijen, NGO’s en politiek om er samen echt iets van te maken. Daarna kun je denken aan zaken als een actief grondbeleid van de overheid via gebiedsprocessen en bedrijfsopvolging, meer regie op water, het faciliteren van de ontwikkeling van een Noordelijke landbouwdatabase voor bodemgezondheid, het maken van gebiedsgerichte deals met waterschappen en landbouwcollectieven, het inzetten van publieke gronden voor combinaties van landbouw met natuur-, water- en klimaatopgaven, dat soort dingen. Het zou fantastisch zijn als de drie Noordelijke provincies de handen ineen slaan en vanuit de kracht van de landbouw hier komen tot een Noordelijk landbouwakkoord. Dan zouden we, met hulp van Europese, landelijke en provinciale gelden die ruimschoots voorradig zijn om dit op gang te brengen, in Noord-Nederland écht stappen kunnen maken.’

‘De koppeling van gezondheid aan voedselproductie wordt hét item voor de komende jaren’

De toekomstvisie die jullie nu hebben geschreven zou een mooie basis kunnen zijn voor zo’n akkoord. Of wil je dat niet zeggen?

‘Eigenlijk wel. Ik hoor van verschillende partners ook dat ze een Noordelijk landbouwakkoord op basis van deze visie zouden toejuichen. Niet als doel, maar als middel om meer gestructureerd tot iets te komen. We hebben binnen de AgroAgenda veel sessies gehad met allerlei mensen en partijen om tot een visie te komen. En de stuurgroep, die alle partners vertegenwoordigt, waaronder de drie gedeputeerden van de Noordelijke provincies, hebben de visie nu vastgesteld en ondertekend.’

En dus?

‘Dan wordt het misschien nu tijd om daar eens serieus over te gaan praten. In Noord-Nederland zijn de afgelopen jaren vele pilots uitgevoerd: regeneratieve landbouw, agroforestry, circulaire kasconcepten, nieuwe teelten in de veenkoloniën en korte keten-initiatieven in de Waddenregio. Deze proeftuinen tonen veel potentie, maar blijven vaak kleinschalig en versnipperd. De stap van experiment naar brede toepassing wordt geremd door beperkte beleidsruimte of een gebrek aan financiering. Noord-Nederland kan zich onderscheiden door een programmatische aanpak waarin experimenten met gerichte beleids- en marktondersteuning daadwerkelijk leiden tot opschaling en nieuwe verdienmodellen. Ik denk overigens wel dat er nog meer nodig is dan alleen een akkoord met programmatische aanpak.’

Wat dan?

‘Bij een goed plan hoort uitvoeringskracht. Tot 2015 hadden we de productschappen hiervoor. Dit waren publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties die er met en voor de hele sector voor zorgden hoe een plan werd uitgevoerd of een doel bereikt. Zeker in de grondgebonden landbouw was men in het algemeen best tevreden over het productschap. Ik denk dat we zoiets weer nodig hebben om doelen te bereiken, ook om de ‘freeriders’, die je toch altijd hebt, mee te laten doen en zaken goed geborgd te krijgen.’

Hoe zou dat er uit kunnen zien?

‘In elk geval geen productschap per sector, maar een entiteit voor grondgebonden landbouw. Dus een grondgebonden productschap. En noem het dan geen Productschap, maar noem het Landschap. En laat meteen ook de sectoren toeristen en recreatie aansluiten, om de identiteit van de regio nog meer te borgen en samen afspraken te maken.’

Hoe ziet de landbouw in 2035 eruit?

‘Ik hoop dat Noord-Nederland in 2035 is uitgegroeid tot dé voorbeeldlandbouwregio van Nederland, waar vernieuwende experimenten zijn opgeschaald tot succesvolle landbouwpraktijken. Regeneratieve landbouw is gemeengoed, digitale technologie en robotica verlagen de milieudruk en versterken het verdienmodel. Korte ketens zijn stevig ingebed in de Waddenregio en stedelijke gebieden, met aantoonbaar gezonde en voedzame producten voor burgers. Een regio waar landbouw en natuur in harmonie samen bestaan en boeren worden gewaardeerd om wat ze doen. Het zou wat zijn hè, als we dat samen kunnen bereiken.’

Dit artikel verscheen eerder in Agrarisch Magazine 2026 dat eind 2025 is verspreid onder akkerbouwers en melkveehouders in Noord-Nederland.

Landbouweconoom en oud-politicus

Jan Klink (40) had tot 2015 samen met zijn moeder en twee jongere broers een melkveebedrijf in Boven-Pekela in de Veenkoloniën. Na zijn studie aan Wageningen UR werkte hij onder andere als landbouweconoom bij de ministeries van Economische Zaken en Landbouw. Hij was wethouder in het Noord-Hollandse Wijdemeren. Van juni 2021 tot december 2023 was hij namens de VVD lid van de Tweede Kamer. Sinds twee jaar is de in Loosdrecht woonachtige Klink fulltime programmaleider van AgroAgenda Noord-Nederland. Hij is gedetacheerd vanuit en wordt betaald door het ministerie van LVVN. Alle overige activiteiten binnen AgroAgenda worden betaald door de drie deelnemende provincies.

Vorig artikelWat ga je telen komend seizoen?
Volgend artikel‘Kweekvlees maken op een boerderij is logisch, toch?’