Anno 2021 is het aanbod robots in de akkerbouw enorm. ‘Maar een volledig autonome akker is nog ver weg’, denken onderzoekers.

Al bijna zolang er trekkers zijn, is de mens gefascineerd door het werken zonder chauffeur. Twee themadagen in het Noord-Brabantse Zeeland en Lelystad toonden recent de laatste stand van zaken betreffende robotisering in de akkerbouw. Organisatoren Delphy en NPPL (Nationale Proeftuin Precisielandbouw) lieten zien waar de huidige techniek in de praktijk al toe in staat is. De meeste initiatieven bestaan nu nog uit prototypes of werken op een beperkte schaal. Daarbij wordt soms flink ‘out of the box’ gedacht. Het aanbod van robots is groot, de interesse ook, getuige het aantal bezoekers op beide dagen. De gehele landbouwsector heeft interesse in het werken met autonome machines. Als argumenten worden vooral de knelpunten arbeid en bodemverdichting gebruikt.

Destijds, bij de komst van de traditionele trekkers, trad langzaam standaardisering op. Op het vlak van driepuntshefinrichting, aftakas, hydrauliek en elektra, maar ook spoorbreedte. Bijna alle robotfabrikanten laten deze ongeschreven wetten nu los bij de ontwikkeling. Ze willen zich niet laten belemmeren in hun concept. Dat levert bijzondere creaties op. Grofweg kun je in ontwikkeling een scheiding maken tussen robottrekkers en autonome werktuigen. 

Robottrekkers

Eerst de robottrekkers. Deze zijn bedoeld om traditionele machines te gebruiken. De meest succesvolle robottrekker is misschien wel de Robotti van het Deense Agrointelli. Het bedrijf was er in 2015 relatief vroeg bij en heeft inmiddels 24 exemplaren in de praktijk draaien, zo vertelt salesmanager Anna Sprinzl. In Nederland werken drie Robotti’s waarvan er twee in Lelystad aanwezig waren. Agrointelli werkt meestal met vaste rijpaden. Daarvoor zijn verschillende spoorbreedtes leverbaar, die niet variabel zijn. Omdat de twee 75 pk Kubota-motoren aan de zijkanten zijn geplaatst, wordt het werktuig ertussen gedragen. ‘We doen dit vanwege de wetgeving’, legt Sprinzl uit. ‘Het werktuig hoeft niet van extra sensoren te zijn voorzien. Keerzijde is dat een spoorbreedte van 3,50 meter tot 3,65 meter is vereist om de machine ertussen te laten passen.’ In de praktijk is dat lastig, omdat teeltbedden meestal met een spoorbreedte van 3 tot 3,20 meter werken. Sprinzl: ‘We werken samen met machinefabrikanten. In Lelystad staan we samen met Dewulf. Die hebben een tweerijïge loofklapper gebouwd, speciaal voor de Robotti.’

Agbot indrukwekkend

Een andere robottrekker, die hoge ogen gooide in zowel Zeeland als Lelystad, is de Agbot van AgXeed. De Nederlands-Duitse fabrikant, deels eigendom van Claas, heeft slechts twee exemplaren gebouwd, maar het concept steekt solide in elkaar. Ook AgXeed werkt samen met machinefabrikanten en focust zich op de ‘trekker’. ‘De machinefabrikanten moeten ons vertellen wat we moeten doen’, verklaart Philipp Kamps.

Het aanbod aan robots is groot, de interesse ook

Tijdens beide demonstraties tekende Kamps het perceel in via de tablet in het AGXeed-portaal. Met verschillende kleuren lijntjes zie je de werkwijze van de rupsrobot. Het systeem plant zelf de meest efficiënte route, afhankelijk van de voorkeuren van de boer. De viercilinder Deutz van 156 pk is opvallend stil. Dat komt omdat hij een elektrogenerator aandrijft. Een transmissie is overbodig. De machine weegt zes ton en de hefinrichting tilt acht ton. Genoeg voor drie of vier meter brede machines. Dat die buiten het 2,55 meter brede voertuig steken, is geen issue volgens Kamps. ‘De autonomie-regels zijn bedoeld voor auto’s en niet toepasbaar in de landbouw.’

Een 3D-lasersysteem (Lidar) en radar detecteren obstakels tot 50 meter ver. De Agbot stopt echter niet voor iedere haas of vogel. Volgend jaar staat een eerste serie op de planning. Inmiddels werkt het bedrijf aan een elektrisch smalspoorexemplaar op drie wielen voor in de boomgaard. Die heeft een geïntegreerd spuitsysteem van H.S.S.

Autonome werktuigen

WUR Open Teelten in Lelystad werkt sinds 2019 met de Robotti van Agrointelli in combinatie met vaste rijpaden. De spoorbreedte is lastig in combinatie met drie meter brede werktuigen.

Dan de autonome werktuigen. Dit zijn zelfrijdende machines, met geïntegreerde concepten met slechts één of twee taken. Meestal is dat nu nog schoffelen. Het voordeel van deze laatste categorie is dat alles om het werktuig draait. Want, slimme werktuigen zijn vereist om robots verder te helpen. Een gebroken breekbout, verstopping of verkeerde afstelling wordt zonder intelligente machine niet herkend.

De Franse Naïo Dino valt in de categorie zelfrijdende machines. Het is een schoffelrobot waarvan importeur Abemec inmiddels één exemplaar heeft verkocht. Daarnaast verkoopt het de kleinere Oz, die vooral als autonoom transportvoertuig wordt ingezet. De Dino gebruikt een sideshiftsysteem met camera’s – afkomstig van Garford – om nauwkeurig te schoffelen. Het voertuig zelf rijdt op rtk-gps. Verschillende KULT-schoffelelementen zijn leverbaar. Volgens Luuk Banken, verantwoordelijk voor smartfarming binnen Abemec, blijft de fabrikant nauw betrokken bij de machine. ‘Zij tekenen voor jou de perceelsgrenzen in en gebruiken ook hun eigen gps-systeem. Daar betaal je jaarlijks abonnementskosten voor. Bij de Robotti is dat bijvoorbeeld niet het geval, al heeft ook die machine zijn eigen gps.’

Schoffelspecialist HAK importeert de Deense Farmdroid. Dit jaar werkte in ons land een machine in uien en volgend jaar gaat cichoreiverwerker Sensus met een tweede exemplaar aan de slag. In heel Europa draaien naar eigen zeggen honderd machines. ‘Eerst zaait de Farmdroid het gewas. Dit kunnen bieten, cichorei of in clusters gezaaide uien zijn’, legt HAK-eigenaar Koos Havelaar uit. ‘Vervolgens verwissel je de zaai-elementen voor schoffels. Deze schoffelen ook in de rij. Eén robot kan 20 hectare bewerken. De overbemeten zonnecollector laadt de accu constant bij zodat de machine lange dagen kan maken.’

Robot voedt biologie

De Robotone is elektrisch aangedreven. Dankzij vier draaibare wielen draait hij om zijn as.

Het Brabantse Pixelfarming gooit het over een heel andere boeg. Hun Robotone gebruikt twee rijen met vijf robotarmen, waar uitwisselbaar gereedschap aan is te monteren: een cultivatortand, schoffel, grijper of maaimes. De Robotone is elektrisch aangedreven. Dankzij vier draaibare wielen draait hij om zijn as. ‘Aangesloten telers leren eerst werken met de machine’, legt bedenker Arend Koekoek uit. ‘Wij voorzien ze steeds van de nieuwste techniek, zodat hun robot niet verouderd. Maar het draait niet alleen om de techniek. De plant- en bodembiologie is cruciaal. In ons concept voorzien we een systeem van strokenteelt, met twee gewassen, die om en om worden gezaaid. De Robotone kan het ene gewas kort houden, zodat het niet overwoekert. Ook onkruid kan zo worden afgemaaid in plaats van het weg te schoffelen. De grond blijft dan bedekt.’

Geen tussenstap

De robotoplossingen zijn zeer divers. Het is dan ook een complex vraagstuk. Veel concepten – meestal startups – zijn nog in ontwikkeling. Grote fabrikanten houden de markt goed in de gaten en investeren in interessante technieken. Een tussenoplossing, zoals een standaardtrekker uitgerust met extra sensoren, wordt opvallend weinig besproken. Idealisten zien met de komst van robots een kans om uit de vicieuze cirkel van steeds zwaardere en grotere machines te stappen. Vooral de oogst blijft voor robots een enorme kluif, zoals ook de Boerderij van de Toekomst toont. Er worden wel stappen genomen, maar allemaal met aangepaste traditionele mechanisatie.

De bedragen lopen uiteen van € 70.000 voor een Farmdroid tot € 250.000 voor de Agbot

In de categorie robotmachines valt de Dino van Naïo. Net als veel andere aanbieders werkt het bedrijf met een abonnementsstructuur. Daar moeten toekomstige gebruikers aan wennen.

Zelfs al is de eerste generatie robots niet perfect, onder auspiciën van een kundige operator kunnen meerdere exemplaren wellicht wel efficiënt werken en soms 24/7. Dat vraagt van koplopers wel fikse investeringen. De bedragen lopen uiteen van € 70.000 voor een Farmdroid tot € 250.000 voor de Agbot. Voor dat geld heb je ook een zeer luxe trekker op het erf staan. Die behoudt zijn restwaarde en heeft een gesloten dealernetwerk. Het is aan de koplopers om dit leergeld te betalen en de sector verder te helpen ontwikkelen.

Verkenning van toekomst

WUR-onderzoeker Pieter de Wolf is verantwoordelijk voor de Boerderij van de Toekomst in Lelystad, waar met de Robotti wordt gewerkt. ‘Dit perceel van 25 hectare is geen blauwdruk van hoe boeren straks moet. Het is een verkenning van de toekomst waarbij we onderzoeken wat mogelijk is. Dit toekomstbeeld is verder dan tien jaar weg. Deze manier van werken moet productief zijn qua opbrengst, zelf herstellend en veerkrachtig, om zo om te kunnen gaan met extremen. Rijpaden en robots kunnen helpen bij het vraagstuk bodemverdichting, dat alsmaar toeneemt. Robots zijn een middel om dat te bereiken, niet het doel. Ik denk dat het nog zeker dertig jaar duurt voor sprake is van een volledig autonome akker.’