De gewassen van akkerbouwers Marinus en John de Winter in Uithuizen staan er eind juni mooi bij. De telers spreken van een goede start, met een lage ziekte- en onkruiddruk. Wat bemesting en bestrijding betreft is het finetunen geblazen om de goede start het gewenste vervolg te geven.
Op de dag dat Nederland gebukt gaat onder een zinderende hitte presenteert landbouwminister Jamie van Essen (D66) in Den Haag zijn langverwachte stikstofplannen. Ver weg van de Hofstad hebben vader en zoon De Winter in Uithuizen deze vrijdagmiddag begrijpelijkerwijs een plekje in de schaduw opgezocht. Zelfs in het noordoosten van Groningen loopt het kwik vandaag op tot meer dan 35 graden. De VSS-selectiekar komt na het middaguur dan ook niet meer van het erf. De bladeren van de aardappelplanten hangen tijdelijk slap. Het felle zonlicht maakt het welhaast onmogelijk om het gewas goed te beoordelen. ‘Het is verdampend weer. De gewassen lijden nu. We kunnen volgende week wel weer een buitje gebruiken’, constateert Marinus de Winter, met gevoel voor understatement.
Wekelijks bezoek teeltbegeleider
Op deze bloedhete zomerdag geven vader en zoon De Winter blijk van goed gastheerschap. Aan de picknicktafel in een van de bewaarschuren is het goed toeven. Goed hydrateren is het devies, zeker op een dag als vandaag. De klaargezette kannen koffie en thee en flessen water bieden daar ruim voldoende mogelijkheid tot. Aangeschoven is ook Teo Wijbenga, specialist akkerbouw bij Hoogland BV. Alweer sinds een jaartje of vijf bemoeit hij zich als teeltbegeleider met het bemestings- en bestrijdingsplan op het bedrijf. Tijdens het voorseizoen, meestal in februari, nemen de akkerbouwers samen met Wijbenga hun plannen door. Ze bespreken het bouwplan en gaan na hoeveel meststoffen en welke gewasbeschermingsmiddelen er bij welke teelt ingezet kunnen én mogen worden. ‘We lopen de hectares langs’, aldus Wijbenga. Tijdens het groeiseizoen brengt hij wekelijks een bezoek aan het bedrijf van de akkerbouwers. Samen met de ondernemers wil hij in kunnen spelen op actuele ontwikkelingen. ‘Ik ben hier iedere woensdag om mee te kijken.
‘In feite moet je als team fungeren, waarbij je durft kritisch te zijn naar elkaar’
Vanachter mijn bureau kan ik de gewassen niet goed beoordelen. Gedurende het seizoen is het zaak om te finetunen’, zo vertelt hij. Marinus de Winter waardeert deze aanpak, geeft hij aan. ‘Dat werkt plezierig. Teo is heel erg betrokken en zit er bovenop. Hij heeft veel kennis van de toegestane middelen en werkzame stoffen.’ Wijbenga haakt daarop in. ‘Middelen moeten goed ingezet worden, maar alleen als ze echt nodig zijn en zeker niet overdadig.’ Als teeltbegeleider hecht Wijbenga veel waarde aan een goede samenwerking tussen de teler en zijn adviseur. ‘In feite moet je als team fungeren, waarbij je kritisch naar elkaar kan zijn en tegengas durft te geven.’
Pootgoedteelt met miniknollen
Het bouwplan van de akkerbouwers bestaat uit pootaardappelen, zaaiuien, suikerbieten en zomergerst. ‘Wintergerst past niet bij ons. Op het moment dat dit gewas wordt geoogst zijn we druk aan het selecteren. Dan hebben we geen tijd om op de combine te zitten’, vertelt John de Winter. Voor vader en zoon De Winter vormt de pootgoedteelt met afstand de belangrijkste activiteit. De ondernemers telen tien verschillende rassen voor vier verschillende handelshuizen: Agrico, HZPC, Schaap Holland en Stet. ‘Dat is in de loop der jaren en met het uitbreiden van ons areaal zo gegroeid’, vertelt Marinus. John: ‘We spreiden onze kansen op de markt.’
Bedrijf in cijfers
Marinus (59) en John (26) de Winter hebben in het Groningse Uithuizen een akkerbouwbedrijf met 90 hectare pootaardappelen, 18 hectare gele zaaiuien, 10 hectare suikerbieten en 24 hectare zomergerst. Ze hebben 75 hectare in eigendom en huren grond van vijf verschillende verhuurders. De akkerbouwers winnen voor hun bemestings- en bestrijdingsplan al jaren advies in bij Hoogland BV.
Na het afronden van de hogere landbouwschool in Dronten werkt John sinds twee jaar volledig thuis mee. Samen met zijn vader Marinus is hij druk bezig om het bedrijf toekomstbestendig te maken. De opvolger voorziet vooreerst geen grote wijzingen in het bouwplan. De telers kiezen er standaard voor om hun pootgoedareaal in pools onder te brengen. ‘Met onze zaaiuien begeven we ons wel volledig op de vrije markt. Dat is al spannend genoeg’, aldus Marinus. De akkerbouwers zetten met miniknollen in op de teelt van hoogwaardig pootgoed (minimaal E-klasse). Ze leggen zichzelf niet de doelstelling op om S-klasse pootgoed na te streven. ‘Daarvoor is ons areaal te groot en hebben we simpelweg te weinig mankracht. Met de miniknollen hebben we gelukkig relatief weinig selectiewerk’, vertelt John.
Opbrengstderving door ganzenvraat
Eind juni staan de gewassen er goed bij. Voor opbrengstprognoses is het nog te vroeg. Wel hebben de ondernemers hun verwachtingen voor de zomergerst alweer vroeg naar beneden bijgesteld. ‘Het zou me meevallen als we op 8 ton per hectare uitkomen’, zegt John. Marinus: ‘Dat halen we niet eens. Ik verwacht dat we op 7 ton per hectare blijven steken.’ Als gevolg van ganzenvraat blijven topopbrengsten in de teelt van zomergerst achterwege. ‘De ganzen vreten het gewas wel drie keer per seizoen af. Dat kost gigantisch veel opbrengst’, vertelt John. De geleden faunaschade wordt deels vergoed, maar dat is wat de ondernemers betreft niet meer dan een tegemoetkoming. Marinus: ‘De vergoeding weegt niet op tegen de geleden schade.’ Op de vraag om welke ganzensoort het precies gaat, antwoordt hij gevat: ‘Rotganzen’. De daadwerkelijke schuldigen van de schade zijn grauwe ganzen, brandganzen en Canadese ganzen. Ook in het najaar zorgen de ongenode en gevleugelde gasten voor schade, zo voegt John eraan toe. ‘Ze rukken de suikerbieten- en aardappelplanten zo uit de grond. Van onze 10 hectare suikerbieten misten we zeker de opbrengst van 1 hectare.’
Lage ziekte- en onkruiddruk
De akkerbouwers stellen eind juni tevreden vast dat de ziekte- en luizendruk laag zijn. Datzelfde geldt voor de onkruiddruk. ‘Dat ziet er allemaal goed uit. De percelen zijn nog nooit zo schoon geweest. Alles staat er netjes bij’, aldus Marinus, die uiteraard nog niet te vroeg wil juichen. Ook teeltbegeleider Wijbenga ziet dat de luizendruk langs de Groninger waddenkust dit jaar nog erg laag is. ‘Het is ongrijpbaar waar en wanneer luizen opdoemen. Het is zaak om de bespuiting sluitend te houden en volgens schema te blijven rijden.’ In de praktijk betekent dit dat er bijna wekelijks wordt gespoten tegen bladluis, waarbij de middelen Gazelle en Antilop – werkzame stof acetamiprid – en Sivanto Prime met de werkzame stof flupyradifuron worden ingezet. De telers en hun adviseur zijn en blijven ondertussen waakzaam voor trips en meeldauw in de zaaiuien. ‘Met het huidige middelenpakket kunnen we nog net aan volgens schema spuiten’, geeft John aan.

Het beregenen van gewassen is allesbehalve gemeengoed op het bedrijf. Vanwege het risico op bruinrot mag het areaal pootgoed sowieso niet worden beregend. De akkerbouwers hebben zelf geen beregeningsinstallatie en laten beregenen bij voorkeur achterwege. In april ontkwamen ze er toch niet aan. Ze schakelden de hulp in van collega-akkerbouwers om 10 hectare zaaiuien op de wat zwaardere grond te beregenen. ‘We hebben begin april uien gezaaid. Daarna hebben we meteen gerold. Twee weken later zijn we overgegaan op beregenen. De percelen hebben 15 millimeter gekregen. Dat is goed uitgepakt’, vertelt John. Achter de boerderij staan ook de uien van het vroege ras Hysky er mooi bij.
Arbeidsplaatje vereist aandacht
Na een dienstverband van acht jaar nam de vaste medewerker van familie De Winter begin juli afscheid. In tijden van een krappe arbeidsmarkt staan de ondernemers nu voor de uitdaging om het werk rond te blijven zetten. Tijdens de piekmomenten huren ze zzp’ers in en kunnen ze bovendien rekenen op bijspringende familieleden. De akkerbouwers hebben de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in techniek en automatisering. Daarmee kunnen ze een deel van de weggevallen handjes zelf opvangen.
‘Vijf jaar geleden hebben we 25 hectare bijgekocht. Daarna zijn we ook opgeschaald met onze gebouwen en rooicapaciteit’, vertelt Marinus. De ondernemers hebben straks volop ruimte om binnen te werken én te laden. Ze hebben vorig jaar een werktuigenloods van 30 bij 60 meter gebouwd. In de toekomst kan deze loods ook deels worden ingericht voor de bewaring van producten. ‘We hebben 4.000 kisten, waarbij we voor 3.000 kisten drooggelegenheid hebben’, vertelt Marinus. De ondernemers maken bij het rooien straks gebruik van een 4-rijige Enduro van Dewulf. Eerder investeerden ze al in een zelfrijdende Agrifac-veldspuit.

Nieuwe sorteerlijn op komst
De ondernemers zijn nog niet uitgebouwd. Volgend jaar willen ze een nieuwe sorteerlijn plaatsen in een van de bestaande bewaarschuren. Dat vraagt een aanpassing aan de zolder. ‘Die moet worden verhoogd’, vertelt Marinus. De huidige sorteerlijn is 30 jaar oud en staat opgesteld in de oude schuur. Enkel de optische laser van TechNature en de afzaklijn worden straks meeverhuisd naar de andere kant van het erf. ‘We zetten in op efficiëntie en kunnen straks twee rassen tegelijk opzakken’, vertelt Marinus. De akkerbouwer is ervan overtuigd dat het handmatig nalezen van pootgoed aan de tafel ook in de toekomst nodig blijft. ‘Het oog van de meester moet eroverheen’, stelt De Winter senior. Teeltbegeleider Wijbenga denkt daar anders over. ‘Met de opkomst en verbetering van optische sorteerders verwacht ik dat dit over een paar jaar niet meer nodig zal zijn.’ Bij de investering in de nieuwe sorteerlijn maken de ondernemers gebruik van de Maatwerkregeling Agroprogramma. Deze provinciale subsidieregeling – die uit verschillende elementen bestaat – is beschikbaar voor ondernemers in het aardbevingsgebied. ‘Met dank aan de subsidie halen we de investering in de sorteerlijn in feite naar voren’, zegt Marinus. Dat geldt ook voor de nog te plaatsen batterij op het erf.
Na het bedrijfsbezoek laat het door Marinus gewenste buitje niet lang op zich wachten. In de nacht van zaterdag 27 op zondag 28 juni valt er in Uithuizen gemiddeld 40 millimeter, met uitschieters tot 80 millimeter op de wat verder weg gelegen percelen. De gewassen kunnen het hebben. De komende maanden wordt duidelijk hoe ze zich na de goede start verder ontwikkelen.
Proef met ethyleenbewaring
Marinus en John de Winter zijn met Potato-e een kleine proef begonnen met ethyleenbewaring in één kist. Hoogland BV uit Leeuwarden ontwikkelde samen met Ten Brinke uit Creil en Theunisse uit het Brabantse Steenbergen Potato-e. Het verbeterde systeem voor ethyleenbewaring moet akkerbouwers de nodige voordelen opleveren, zoals meer en beter afgeharde spruiten bij het poten, 10 tot 15% meer knollen, egalere sortering en een financieel voordeel van € 750 tot € 1.000 per hectare. De akkerbouwers hopen met een gelijkmatigere kieming op meer tal, zo vertelt John. ‘We willen kennis opdoen en gaan kijken of het bij ons past.’



























