Wie in Nederland een zak aardappelen, een net uien of een pak aardappelproducten koopt, staat er zelden bij stil hoeveel vakmanschap daarachter schuilgaat. Voor de consument is kwaliteit vanzelfsprekend geworden. Maar voor de akkerbouwer is die kwaliteit allesbehalve vanzelfsprekend.

De Nederlandse akkerbouw levert al jarenlang producten van topkwaliteit. Frietaardappelen met een uitstekende bakkwaliteit, uien die wereldwijd bekendstaan om hun houdbaarheid en pootgoed dat in tientallen landen wordt gebruikt als uitgangsmateriaal voor een succesvolle teelt. Dat is geen toeval. Achter ieder product gaan kennis, investeringen en dagelijks ondernemerschap schuil. 

Die kwaliteit wordt bovendien geproduceerd onder één van de strengste wettelijke kaders ter wereld. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen staat onder voortdurende druk, de eisen aan waterkwaliteit, bemesting en voedselveiligheid worden steeds verder aangescherpt en ook op het gebied van duurzaamheid worden grote stappen gevraagd. Tegelijkertijd verwachten afnemers een constant product, geleverd op het juiste moment en tegen een concurrerende prijs. Dat maakt de prestatie van de Nederlandse akkerbouwer bijzonder. Niet omdat hij de hoogste opbrengst behaalt, maar omdat hij jaar na jaar een product levert dat voldoet aan uitzonderlijk hoge kwaliteits- en voedselveiligheidseisen. Een product waarop verwerkers, retailers én consumenten kunnen vertrouwen.

Juist dat vertrouwen is misschien wel de grootste kracht van onze sector. Overal ter wereld wordt de Nederlandse akkerbouw geassocieerd met kwaliteit, betrouwbaarheid en innovatie. Dat imago hebben we niet gekregen; dat hebben generaties ondernemers opgebouwd. Door voortdurend te investeren in kennis, rassen, bewaartechniek, precisielandbouw en teeltoptimalisatie. Misschien zijn we daar in Nederland wel wat te bescheiden over. We spreken vaak over de uitdagingen: strengere regelgeving, stijgende kosten of onzekerheid in de markt. Terecht, want die uitdagingen zijn er. Maar daardoor vergeten we soms hoe bijzonder het eigenlijk is wat onze sector dagelijks presteert.

De Nederlandse akkerbouw produceert voedsel van hoge kwaliteit, met hoge opbrengsten per hectare én binnen de strengste normen op het gebied van voedselveiligheid en gewasbescherming. Dat is een combinatie waar maar weinig landen aan kunnen tippen. Daar mogen we best wat vaker bij stilstaan. Niet alleen omdat het een compliment is voor de ondernemers die dit iedere dag mogelijk maken, maar ook omdat kwaliteit niet vanzelf ontstaat. Ze is het resultaat van vakmanschap, kennis, innovatie en de voortdurende ambitie om het ieder jaar weer beter te doen. De prijs van een product staat op de factuur. De werkelijke waarde ontstaat op het land. In de kennis, het vakmanschap en de zorg waarmee Nederlandse akkerbouwers jaar na jaar producten van topkwaliteit weten te telen. Misschien is het tijd dat we die waarde niet alleen herkennen, maar ook vaker uitspreken.

Hessel Kingma,
Branchespecialist Akkerbouw bij Countus

Vorig artikelBrazilië: Europa’s ongemakkelijke partner