‘Ik denk niet dat we volledig zonder chemie uien kunnen telen. Maar uien telen met de helft minder chemie zou wel moeten lukken’, zegt akkerbouwer Anselm Claassen (57) in Vierhuizen.

Anselm Claassen experimenteert graag. Dit jaar probeert de Groninger akkerbouwer zijn middelengebruik in de uienteelt terug te dringen. Hij investeerde vorig jaar in een schoffelaar met camera’s. De camera’s sturen de schoffelaar door de rijen heen, zodat het gewas ongeschonden blijft. Het doel is om met weinig inzet van herbiciden de uien schoon houden.
Samen met zijn teeltbegeleider Hoogland BV stelde Claassen een speciaal schema voor spuiten en schoffelen op (zie schema onder). ‘Het schema is een leidraad. We sparren
samen over hoe ver we kunnen teruggaan hierin. Dit willen we volgend jaar in de bieten ook gaan doen. Zo maak je dan op gebied van telen met minder chemie toch stapjes vooruit.’

Tien dagen eerder oogsten

In andere jaren spoot Claassen gedurende het seizoen wel een keer of tien met bodemherbiciden. En zo nodig nog een keer met een contactmiddel. Dit jaar doet hij het
anders. ‘Je weet gewoon dat we de komende jaren verder terug moeten in middelen, ik wil vast kijken wat er mogelijk is. Daarnaast merk ik natuurlijk ook dat bodemherbiciden de gewasontwikkeling remmen, wat te veel naar mijn smaak. Als het lukt om de uien minder te plagen met bodemherbicides, krijg ik een sterker en gezonder gewas, dat beter en sneller groeit.’ Claasen hoopt op deze manier de uien dit jaar tien dagen eerder te kunnen oogsten. ‘Normaal oogsten we begin september. Maar als we in augustus al kunnen oogsten, is dat winst, dan is het vaak mooier en droger waardoor de uien ook mooi droog de schuur in gaan. En dat scheelt weer droogkosten.’

Camera’s sturen de schoffelaar door de rijen uien heen, tussen de rijen wordt het onkruid geschoffeld.

De akkerbouwer heeft inmiddels driemaal geschoffeld. Hij hoopt op deze manier dit jaar de helft minder middel te gebruiken. Qua uienopbrengst verwacht hij niet het beste jaar. ‘Er is hier en daar toch wel wat verregend of later de grond ingegaan.’ Bovendien constateert hij dat de gebruikte bodemherbiciden hun werk hier en daar iets
te drastisch hebben gedaan. ‘Elke keer als het regent wordt het middel geactiveerd. De kou zorgde voor minder onkruid. Die combinatie heeft wel iets gewas gekost.’

Variabel poten

Claassen boert in maatschap met z’n vrouw Angelique en zoon Martijn (de man op de
trekker op de foto). Het 250 hectare grote bedrijf is sterk gespecialiseerd in de pootgoedteelt. De lichte tot zware Groningse zwavelgrond leent zich er goed voor. Sinds 2019 is de maatschap deelnemer aan het project Nationale Proeftuin Precisie Landbouw (NPPL).
Onder professionele begeleiding experimenteert hij met variabel poten. Kort gezegd komt het erop neer: hoe hoger de potentie van de bodem hoe nauwer de geadviseerde pootafstand. ‘Vorig jaar kwamen de verwachte resultaten van variabel poten op basis van bodempotentiekaarten helaas uit’, vertelt Claassen. Hij wijt dit aan het droge voorjaar, waardoor de grondbewerking moeizaam ging. Daardoor vertraagde de groei van het pootgoed op gronden met hoge potentie, met minder knollen tot gevolg. Op lichtere grond kwam het pootgoed juist wel sneller op.’